Producten > Buitenomgeving, wegenbouw en publieke parkings > Brugafvoeren > Algemeen
  ALGEMEEN
Kwaliteitsvolle brugafvoeren bepalen de levensduur van onze bruggen  

De afwatering van bruggen vraagt bijzondere eisen. Vooreerst moet de verkeerszone op een optimale wijze snel afgewaterd kunnen worden ter voorkoming van aquaplaning en ijsvorming. Stagnerend regenwater vormt immers een potentieel gevaar voor de weggebruikers. Daarenboven moet de insijpeling van vocht en de indringing van chloride-, olie- en benzinehoudend oppervlaktewater absoluut voorkomen worden, alleen dan wordt ook vorstschade uitgesloten en wordt een lange levensduur van het kunstwerk gegarandeerd.

De brugafvoeren, ook waterslikkers genoemd, waarvan het bovenste deel in het verkeersvlak ligt, moeten bestand zijn tegen de optredende verkeersbelasting van het voorbijrijdend verkeer. En ook bij vernieuwing van de toplaag van het brugdek worden de brugkolken extra belast, robuustheid wordt aldus gevraagd.

Om verstoppingen in de kanalisering te vermijden, moeten de brugafvoeren verhinderen dat er grove bestanddelen in doordringen. De bochten en de T-stukken in de afvoerbuizen mogen maximaal een hoek van 60° hebben.

Om een optimale hydraulische prestatie te bereiken, worden de brugafvoeren over het algemeen ter hoogte van de brughoofden geplaatst. De afwatering wordt in de ontwerpfase vastgelegd, hieronder vindt u enkele voorschriften en bepalingen aangaande de positionering van de afvoeren op basis van de lengtehelling, de opvangcapaciteit van de brugafvoeren, ...

Positionering brugafvoeren
Volgens de Duitse waterrichtlijn WAS 0 is de afstand tussen de brugafvoeren onderling afhankelijk van de hellingsgraad en de waterdoorlaatbaarheid van de afwerkingslaag van het brugdek. De minimum lengtehelling bedraagt 0,3 % (mogelijk 0,5 %).

 In optimale omstandigheden (bij een lengtehelling > 1 %) mag de afstand tussen de afvoeren maximaal 25 m bedragen.
 Bij een lengtehelling tussen 0,5-1 % wordt de tussenafstand vastgelegd op 10 m–15 m.
 Bij een lengtehelling =< 0,5 % bedraagt de tussenafstand maximaal 10 m.
 Bij zeer ongunstige inbouwsituaties dient de afstand zelfs tot 5 m te worden gereduceerd.

Opvangcapaciteit
De inloopoppervlakte van het rooster moet minstens 500 cm² bedragen. Voor de berekening van de regenval wordt er met een regenwaterintensiteit gerekend van 150 l/s/ha gedurende 15 min. volgens WAS 0. Volgens de NBN B 52-011 wordt als richtwaarde een gemiddelde regenwaterintensiteit van 250 l/s/ha gedurende 10 min. aanbevolen.

 Karakteristieken van onze HSD 2 brugafvoeren: inloopoppervlakte bedraagt 523 cm² / opvangoppervlakte max. 240 m² (= toevoerdebiet 3,6 l/s bij r = 150 l/s/ha).
 Karakteristieken van onze HSD 5 brugafvoeren: inloopoppervlakte bedraagt 1121 cm² / opvangoppervlakte max. 400 m² (= toevoerdebiet 6 l/s bij r = 150 l/s/ha).
 Karakteristieken 4928.00 (staal): inloopoppervlakte bedraagt 610 cm² / opvangoppervlakte max. 250 m² (= toevoerdebiet 3,7 l/s bij r = 150 l/s/ha).

Opsomming minimale vereisten van brugafvoeren
 Ze moeten voldoen aan een verkeersbelasting D 400 kN volgens EN 124.
 Het rooster moet d.m.v. een scharnier vast verbonden zijn met het raam.
 De roosters moeten d.m.v. een vergrendeling of verschroeving vastgezet kunnen worden. Dit gaat diefstal en/of het openen van de roosters door onbevoegde personen beletten.
 De brugafvoeren moeten 2-delig zijn (voor betonnen brugdekken).
 Het bovendeel moet in hoogte regelbaar zijn in functie van de verschillende afwerkingslagen.
 Het bovendeel moet parallel met de rijweg uitgelijnd kunnen worden en tevens zijdelings verschuifbaar zijn.
 Indringend sijpelwater ter hoogte van de waterdichtingsbaan moet steeds efficiënt afgevoerd kunnen worden.
 Tijdens de bouwwerken moeten de brugafvoeren al hun functie kunnen uitvoeren en de kans op stagnerend water uitsluiten.
 Bovendien moeten de brugafvoeren aangepast zijn aan de bijzonderheden van het kunstwerk, zoals ondermeer gewapende betonnen bruggen, stalen bruggen en speciale uitvoeringen voor ballastbruggen.

Uit deze vereisten zijn de brugkolken HSD 2 en HSD 5 ontstaan

  H: Höhenverstellbar (hoogteverstelbaarheid van het rooster).
  S: Seiten- und neigungsverstellbar (zijdelings en in helling verstelbaar).
  D: Drehbar (draaibaar bovendeel).


  Voordelen
Belastingsklasse D 400 kN conform EN 124.
Uitlaat DN 100 of 150, verticaal of horizontaal.
Verschillende waterdichtingslagen kunnen worden aangesloten.
De roosters zijn scharnierend en vergrendeld tegen het openen door onbevoegden.

Afwatering blijft gegarandeerd tijdens de vernieuwing van de toplaag (geen wateropstapeling mogelijk).


[ Home | Producten | Service | Contact | Ons bedrijf | Sitemap | ACO Groep ]

© ACO Passavant NV
 
Plaatsing brugafvoeren